Selecteer een pagina

Het gaat héél goed.

Dochter is vanochtend naar Seattle vertrokken. Mijn oudste kind gaat daar een semester studeren. Daarna wil ze nog een paar weken door het land reizen. Samen met haar zus en vader brengen we haar op een hele vroege maandagochtend naar Schiphol. Haar broertjes zitten op school en hebben thuis al afscheid genomen. De vriendinnen die Dochter ook komen uitzwaaien, huilen bij het afscheid en stoppen lieve briefjes toe ‘pas openmaken in het vliegtuig’ zeggen ze er bijna verlegen bij. We omhelzen elkaar, kloppen op elkaars rug, snuffelen nog even in haar nek en vegen tranen uit onze ogen. De koffers zijn ingecheckt. Het ticket heeft ze in haar hand. Het is zover. Ze gaat.

Dan blijkt dat we niet bij de goede incheckbalie staan. We lopen twintig meter naar links, staan al snel voor het juiste incheckpoortje en dan begint het afscheidsritueel opnieuw. Iedereen begint haar, om de beurt, te knuffelen, te kloppen en te omhelzen. Ik snuffel gauw nog een keer in haar hals. Nadat iedereen zijn tranen heeft weggeveegd zwaaien we haar uit. Daar gaat ze.

coming of age

Dinsdag. Het gaat heel goed. Dochter is naar de andere kant van de wereld gevlogen. ‘Mega kans en te gek avontuur’, zeg ik tegen mezelf en iedereen om me heen. Vier maanden is niks. Voor je het weet is ze weer terug. En zo is het. Hoe leuk is het om een ander land te ontdekken, nieuwe mensen te ontmoeten, op een campus te wonen en mooie ervaringen opdoen?

Woensdag. Het gaat heel goed. Dochter heeft het enorm naar haar zin. Ze bezoekt een footballwedstrijd, ontdekt het stadscentrum en het universiteitscomplex. Ook haar roommate blijkt superaardig. We facetimen en ik krijg een virtual tour door haar dorm room. Haar enthousiasme is aanstekelijk en ook ik voel me uitstekend. Wat een avontuur!

Ik installeer een app zodat ik direct kan zien hoe laat het in Seattle is. Zo voorkom ik dat ik haar s’ nachts uit bed bel omdat ik de juiste tijd vergeet. Even snel 10 uur terug in de tijd rekenen is voor mij bepaald geen koud kunstje. Als ik een restaurantrekening door vier moet delen ben ik al drie kwartier verder dus dan weet je het wel.

“Vier maanden is niks”, hoor ik mezelf zeggen.

Donderdag. Het gaat wel goed. De week loopt lekker,  ik ben druk met interviews voorbereiden, schrijven. Ik ga een dagje naar Düsseldorf, zie mijn kookclub weer en houd me bezig met de andere drie kinderen, man, huishouden en hond. ‘Deze maanden zullen voorbijvliegen’, hoor ik mezelf tegen vriendinnen zeggen.

Donderdag einde ochtend. Gaat goed, echt wel. Ik check alleen steeds vaker mijn nieuwe tijdzone-app om vervolgens te constateren dat ik haar niet kan bellen of facetimen. Mijn overdag is haar nacht, even wennen is het wel.

Donderdagmiddag. Ik denk nu 30 x per uur ‘ze is weg’. Een onwerkelijke, niet heel prettige, gedachte.

Donderdagavond. Het gaat ietsje minder goed merk ik. Ik realiseer me nu pas dat ik haar toch echt zeker vier maanden niet ga zien en knuffelen. Ik loop doelloos door het huis, heb nergens zin in. Ik gun haar alle avonturen en ben onwijs trots op haar. Maar het begint een beetje te wringen, ergens in mijn buik. Ik voel aan mijn lijf dat er iets niet helemaal compleet is, het maakt me onrustig.

Vrijdag. Zou ze voorzichtig zijn? Niet alleen over straat lopen s ’avonds laat? Goed eten? Zometeen wil ze daar blijven wonen! Hoe veilig is Seattle eigenlijk?  Als ik aan haar denk duw ik opkomende tranen weg. Ze gaat een bijzondere tijd hebben in Amerika en ik moet blij zijn voor deze kans. Dat ben ik ook. Alleen niet 24/7.

Zaterdag. Ik kijk maar weer eens op de tijdzone-app: 4.29 A.M. Ze ligt lekker te slapen. Toch lastig dat tijdsverschil, haar jetlag is voorbij en ze gaat naar bed als ik aan een nieuwe dag begin en andersom. S ’avonds laat kan ze geen telefoongesprek meer voeren, dat is niet fijn voor haar kamergenote. Snap ik. Op de gang mag ze na 22.00 niet meer bellen.

Zondag. Ik informeer weer es bij haar zusje hoe het haar vergaat. Mijn jongste dochter mist haar ook. Ik ben niet de enige die flink moet wennen, alhoewel. De mannen (haar twee broers en vader) lijken wat relaxter met de Seattle situation om te gaan. Ze kletsen af en toe via facetime en gaan verder hun eigen gangetje. “Nee hoor, nog niet. Ze wilde er toch zelf naartoe”, krijg ik als antwoord als ik vraag of ze haar al missen.

Maandag: Ik zit bij de kapper. In de kappersstoel vertel ik kapper Nancy over mijn grote dochter en Seattle. “Het gaat super, ze heeft het erg naar haar zin. Seattle is prachtig. Het gaat vast snel voorbij, vier maanden is niks. Het is echt niet zo’n lange tijd, stel je voor ze ging een jaar! Een campus is heel veilig, ze loopt niet in zeven sloten tegelijk”, klets ik opgewekt. Nancy is het helemaal met me eens. We praten verder over reizen en  dochters.  Ondertussen highlight ze mijn haar, wikkelt me in folie en zet als ze klaar is een cappuccino voor me neer. De nieuwe Linda ligt voor mijn neus. Verwennerij hier, gezellig!

Dan kijk ik naar mezelf. In de kappersspiegel. Ik zie mijn hoofd in aluminiumfolie gewikkeld. Een rood hoofd want bij de kapper krijg ik het meestal warm. De Linda heb ik nog niet gepakt. Ik zit daar maar. Mijn buik voelt raar. De tranen prikken achter mijn ogen. Ik knipper ze weg. Maar steeds als ik aan Dochter denk komen die krengen weer terug. Ik knipper stevig door. Ik voel me een beetje misselijk. Voelt zo missen? Dochter is deze dag precies 7 dagen weg. Het gaat zeker goed komen. Vier maanden is niks. Al hoor je dit mij niet meer zeggen. Echt niet, Ik vind vier maanden fucking lang.

Meer lezen? Lees dan hier een blog over de eigenaardige gewoonten van puberzonen  Zonen zijn vreemde wezens

Wil je geen updates missen? Volg mij dan op facebook, LinkedIn en/of Instagram:

Facebook

Instagram

LinkedIn